14 — 17.05

Marlene Monteiro Freitas Mindelo-Lissabon

NÔT

dans

Théâtre National

Aankomst met rolstoel te melden bij reservatie online of via het ticketbureauToegankelijk voor rolstoelgebruikersRingleiding | ⧖ 1h30 | €25/ €20 | Bevat stroboscoop lichteffecten

Op scène staan witte traliehekken en onopgemaakte bedden. Acht performers – dansers, tamboers – brengen deze bevreemdende, uitzinnige en bevrijdende fabel tot leven. Voor NÔT – ‘nacht’ in het Kaapverdisch-Creools – liet Marlene Monteiro Freitas zich inspireren door de vertellingen van Duizend-en-een-nacht: verhalen over liefde, vrijheid en oorlog. De ambiguïteit die deze verhalen kenmerkt, vormt de creatieve motor van een voorstelling die opnieuw haar unieke choreografische stijl toont: intense performatieve aanwezigheid, krachtige esthetiek, groteske en carnavaleske elementen, gefragmenteerde bewegingen, nonsensicale taal.

Monteiro Freitas schept een chaotische wereld die wordt geregeerd door (patriarchale) terreur, waarin bewegingen voortkomen uit gehoorzaamheid en dwang. Voor het eerst werkt ze met maskers waardoor er nog meer nadruk komt te liggen op de expressieve lichamelijkheid van de performers. Een overweldigende soundtrack, met live trommels, ritmeert de voorstelling en brengt nog meer chaos. NÔT ontwikkelt zich als een artefact van vermenigvuldiging, projectie, vervreemding en betovering. Het is een ontregelend, explosief en energiek schouwspel, zowel in vorm als inhoud. Hoe te overleven als je volledig op jezelf bent aangewezen? Halen we het einde van de nacht?

"Genoeg om de stoutste dromen en fantasieën wakker te maken ", Agnès Izrine, 2025, La Terrasse
"Een vindingrijke en waanzinnige visie op de vertellingen van Duizend-en-een-nacht.", Fabienne Pascaud, 2025, Télérama

read more

Interview met Marlene Monteiro Freitas

Wilson Le Personnic – In je werk komen vaak dubbelzinnige figuren en lichamen voor die door tegenstrijdige krachten worden beheerst, in een dromerig, bruut en soms burlesk universum. Is het podium voor jou een politieke ruimte, waar hedendaagse spanningen zichtbaar en voelbaar worden?

Marlene Monteiro Freitas – Ik let altijd op de manier waarop de lichamen, de figuren en de situaties die we creëren iets onthullen over de menselijke conditie. Dat is voor mij een constante drijfveer. We proberen ruimtes te creëren waarbinnen spanningen, tegenstrijdigheden en excessen kunnen bestaan zonder dat we ze onmiddellijk proberen te verklaren of beheersen. In mijn werk worden lichamen de speelbal van allerlei krachten en driften. Ze lijken hieraan onderworpen te zijn, maar er blijft altijd ruimte voor spel en plezier, balancerend tussen beheersing en ontlading. Ook wanneer de bewegingen geladen zijn met spanning of geweld, blijven vrijheid en genot erdoorheen stromen. Wat ons interesseert, is dit vermogen om van de ene toestand naar de andere over te gaan, weerstand te bieden of een beperking om te zetten in een spelelement. We proberen kaders te scheppen waarbinnen intensere, extremere en meer ambigue toestanden bereikt kunnen worden. Het publiek projecteert op zijn beurt de eigen verbeelding op deze situaties, en vaak ontstaat daaruit een politieke lezing. Tussen wat wij op het podium brengen en wat het publiek waarneemt, opent zich een zeer vruchtbare ruimte waar meerdere waarheden naast elkaar kunnen bestaan. Daar ligt voor mij de kracht van theater: in het oncontroleerbare, het ongrijpbare.

Welke vragen en ideeën vormen de drijvende kracht achter NÔT?

Borges schreef dat Duizend-en-een-nacht neerkomt op ‘een nacht toevoegen aan de oneindigheid der nachten’. Het ging erom ons eigen verhaal te bedenken; onze nacht, onze droom. De nacht verandert de manier waarop we de wereld waarnemen: hij roept andere beelden op, die dicht bij die van dromen en sprookjes liggen. De nacht opent een speelruimte tussen eigenheid en anders-zijn, waar de tijd vervormt, zich uitstrekt, herschikt, en waar oriëntatiepunten verschuiven, soms zelfs omkeren. De raamvertelling van Duizend-en-een-nacht, met zijn in elkaar geschoven verhalen van verschillende omvang en zijn bonte verzameling personages, biedt een structuur die verwant is met die van de droom. Het geweld in het raamverhaal sprak ons sterk aan: het bloed van de maagdelijkheid, van de wonde, de dreiging van de dood, en daar tegenover de logica van het overleven. Het idee om te overleven door middel van fictie, om een leefruimte te vrijwaren door middel van verbeelding, was een van de belangrijkste drijfveren van het stuk. De werken van Jamel Eddine Bencheikh, met name Les Mille et Une Nuits ou la parole prisonnière, en van Christiane Achour, Les Mille et Une Nuits et l’imaginaire du XXe siècle, hebben ons geholpen om de geografische, temporele en stilistische omvang van Duizend-en-een-nacht te doorgronden. Ze stellen de begrippen eindigheid, originaliteit en grenzen ter discussie. Het is een werk dat voortdurend werd heruitgevonden, op het spanningsveld tussen mondelinge en schriftelijke overlevering. Het is doordrongen van een constante strijd tussen wet en verlangen, tussen verleden en toekomst; een echt ‘corpus-werk’, onderworpen aan weglatingen en toevoegingen, aan amputaties en transplantaties.

Hoe heb je de ideeën, beelden, verhalen en fantasiewerelden uit Duizend-en-een-nacht naar de studio vertaald? Kan je inzicht geven in het choreografische proces?

We zijn vertrokken vanuit zeer concrete elementen uit Duizend-en-een-nacht. Sommige materialen kwamen rechtstreeks uit de verhalen, maar werden al snel omgevormd van louter narratieve elementen tot choreografische instrumenten. Ik heb mijn onderzoek eerst toegespitst op vragen omtrent schaal, door te werken met miniatuurfiguren. Meerdere verhalen verwijzen namelijk naar veranderingen in grootte: lichamen worden verkleind, opgesloten of vervormd. Via experiment verkenden we ongebruikelijke verhoudingen en bewegingen. Daarnaast onderzochten we voorwerpen die geassocieerd worden met de nacht en intimiteit, zoals bedden, lakens en kussenslopen. We herinterpreteerden deze voorwerpen en gingen ermee poetsen, ons vermommen, maskeren, of ze zelfs gebruiken als tassen die we gedurende het hele stuk bij ons houden. Handelingen van vouwen, bedekken, dragen en uitvouwen, en vragen rond lichaams- en ruimtelijke hygiëne, vormden een belangrijk onderdeel van de repetities. Ook specifieke fragmenten uit de sprookjes werden gebruikt als aanknopingspunten. Een scène, een gebaar of een symbolisch detail werd een mogelijke onderzoekspiste. Deze elementen werden niet letterlijk overgenomen, maar vormden de basis voor een gemeenschappelijke taal. Daarna transformeerden we ze of namen we ze op in andere materialen. Het ging dus niet zozeer om het bewerken van een verhaal, maar om het ontlenen van beelden, handelingen en ritmes die vervolgens werden omgezet in fysieke – ritmische – situaties. Dankzij deze opbouw en via geleidelijke aanpassingen tekende zich beetje bij beetje een wereld af, met haar eigen logica, spanningen, verlangens en behoeften.

In NÔT spelen muziek en geluid een cruciale rol omdat ze fungeren als een echte dramaturgische kracht. Kun je iets vertellen over de soundtrack en ingaan op het belang van muziek tijdens je creatieproces?

Ik begin vaak met het verzamelen van een grote hoeveelheid muzikaal materiaal, zonder te weten welke stukken er uiteindelijk zullen behouden blijven. Naarmate het proces vordert, komen sommige stukken naar voren, andere verdwijnen, en zo ontwikkelt de soundtrack zich parallel aan de choreografie. NÔT vormde hierop geen uitzondering: de heterogene soundtrack is echt tegelijkertijd met het stuk tot stand gekomen. De soundtrack brengt bewust zeer uiteenlopende referenties samen. We horen onder meer Les Noces van Igor Stravinsky (over een huwelijk), Diallo van Wyclef Jean en Youssou N’Dour (over de moord op een Guinese student in de Verenigde Staten), The Mercy Seat van Nick Cave (over een ter dood veroordeelde), Rotcha Scribida van Amândio Cabral (klaagzang over de dood van een moeder), Delgadina van Juan Barquillas (over een jonge vrouw die gevangen zit in de incestueuze liefde van haar vader), Berberse huwelijksmuziek uit de provincie Tinghir, een tranceritueel van de Aissawa uit Fez, evenals de Achtste symfonie van Gustav Mahler (vaak geassocieerd met het idee van verlossing door de liefde). Voor de livemuziek wilde ik werken met snaartroms, die hun trillingen breed verspreiden en tegelijk krachtige en precieze klanken produceren. De snaartrom heeft een ambiguïteit die mij erg aansprak: de klank zit tussen feestelijke, militaire en treurige registers in. In NÔT spelen we ook met glazen, lege borden en kleine mesjes, een verwijzing naar de ferrinho, een traditioneel instrument uit Kaapverdië. Deze voorwerpen zijn geleidelijk aan dienst gaan doen als echte choreografische instrumenten, in het bijzonder dankzij de verschijning van de figuur van de kok-chirurg. Muziek en geluid werken in op de lichamen, waarnemingen en zintuigen. Elke geluidsbron draagt haar eigen kleur, dynamiek, spanning, vocale intensiteit of trilling bij. De soundtrack schept de luistervoorwaarden en aandacht die de bewegingen doen transformeren, en kan er soms ook bewust weerstand tegen bieden.

Hoe heb je de scenografie voor NÔT vormgegeven?

Het was niet de bedoeling om een herkenbare plek weer te geven, maar om een functioneel, modulair kader te creëren dat op verschillende manieren kan worden geïnterpreteerd. We hebben gewerkt met traliehekken die de ruimte opdelen in zones voor doorgang, afscheiding, controle of wachten; een onzekere omgeving waarin het niet duidelijk is of men binnenkomt, naar buiten gaat of op iets wacht. Ze beperken de bewegingsvrijheid van het lichaam, verdelen de ruimte, maar blijven tegelijkertijd transparant en open voor verbeelding: de opstelling kan doen denken aan een poppenhuis, een slaapkamer, een ziekenhuis, een detentiecentrum, een grens, een droomwereld, enz. Deze ruimte is bedacht in samenwerking met Yannick Fouassier, met de medewerking van Francisco Rolo en Emma Kaci.

  • Fragmenten uit een interview afgenomen door Wilson Le Personnic, januari 2026
  • Vertaald door Mats Minnaert

Wilson Le Personnic is freelance schrijver en kunstprofessional. Hij werkt nauw samen met verschillende choreografen, van wie hij de artistieke processen begeleidt of werkwijzen documenteert. Daarnaast schrijft hij voor de media, culturele instellingen en artistieke projecten, in de vorm van kritieken, opiniestukken en publieksteksten.

14.05

  • 20:00

15.05

  • 20:00
  • + aftertalk & boekpresentatie "Troubling the Stage" gemodereerd door Alexandra Balona (EN)

16.05

  • 20:00

17.05

  • 18:00

Presentatie: Kunstenfestivaldesarts, Kaaitheater, Théâtre National
Choreografie: Marlene Monteiro Freitas | Assistent choreografie: Francisco Rolo | Met: Ben Green, Henri “Cookie” Lesguillier, Joãozinho da Costa, Mariana Tembe, Marie Albert, Miguel Filipe, Rui Paixão, Tomás Moital | Scenografie: Yannick Fouassier, MMF | Licht en technische leiding: Yannick Fouassier | Kostuumontwerp: MMF, Marisa Escaleira | Geluid: Rui Antunes | Toneelmeester: Ana Luísa Novais | Bijzonder rekwisiet: Cláudio Silva | Stage scenografie: Emma Ait-Kaci | Artistiek advies: João Figueira, Martin Valdés-Stauber | Productie en spreiding: P.OR.K | Algemeen directeur: Rui Silveira - Something Great | Productiemanagement tournee: Niki Fischer - Something Great | Administratie en productiemanagement voorstelling: Janine Lages | Spreiding (tot 2025): Key Performance
Coproductie: Kunstenfestivaldesarts, Festival d’Avignon, Berliner Festspiele, Kampnagel International Summer Festival, Culturgest, MC2 - Maison de la Culture de Grenoble, Le Quartz, La Comédie de Clermont-Ferrand, Maison de la danse Lyon, La Villette, La Comédie de Genève & La Bâtie - Festival de Genève, Onassis STEGI, Teatro Municipal do Porto, PACT Zollverein
Residenties: O Espaço do Tempo, Alkantara, OPART, E.P.E./ESTÚDIOS VICTOR CÓRDON,
Onassis AiR, MC2 - Maison de la Culture de Grenoble, Kampnagel International Summer Festival
Institutionele ondersteuning: Dançando com a Diferença | Met dank aan: Carlos Duarte, Atelier MC2 Grenoble | Het dramaturgisch onderzoek rond NÔT werd ondersteund door Onassis AiR in 2025

website by lvh