12.05, 13.05, 25.05, 26.05
Laura Huertas Millán Brussel
Coca Orbits
lezing-performance — premiere
argos centre for audiovisual arts
| Spaans, Quechua, Engels, Frans → EN | ⧖ 1h20 | €10 / €7 | Toegankelijk voor rolstoelgebruikers, geen aangepaste toiletten | Beperkte capaciteit
In de westerse verbeelding wordt de cocaplant vaak gereduceerd tot cocaïne: een drug die in Europa werd geïndustrialiseerd en verstrikt raakte in een gewelddadig systeem van verbod en controle. Lang hiervoor had coca echter een genezende, rituele en sociale betekenis voor inheemse gemeenschappen in de Andes, kennis die door koloniale en wetenschappelijke paradigma’s systematisch werd gemarginaliseerd.
De Colombiaanse artieste en filmmaakster Laura Huertas Millán onderzoekt sinds 2018 deze complexe geschiedenis. In Curanderxs – een werk dat gelijktijdig bij argos wordt gepresenteerd – verbeeldt ze een 17de-eeuwse wereld waarin femmes in het geheim cocabladeren uitdelen aan tot slaaf gemaakte inheemse arbeiders onder koloniaal bewind. Met deze nieuwe lecture performance creëert Huertas Millán een hybride vorm tussen live cinema, documentaire en sciencefiction. Coca wordt een reizend personage dat vanuit de Andes mondiale systemen van kennis, controle en verlangen binnendringt.
Terwijl de juridische status van het cocablad opnieuw ter discussie staat bij de VN en de zogenaamde ‘war on drugs’ onderliggende geopolitieke en economische belangen verhult, benadrukt Coca Orbits dat coca meer is dan een verboden middel, namelijk een lens om te onderzoeken wie het recht heeft kennis te produceren.
Coca Orbits
Sofia Dati – Coca Orbits bevraagt thema’s als anders-zijn, vervreemding en exploitatie door de geschiedenissen van het cocablad en van film met elkaar te kruisen. Waarom deze parallelle verhaallijnen?
Laura Huertas Millán – Ik voer een doorgedreven onderzoek naar het cocablad dat sinds de 17de eeuw onterecht als illegaal wordt bestempeld. De cocaplant, al eeuwenlang een heilige plant in Zuid-Amerika, werd verboden door kolonisatoren, maar vervolgens uitgevoerd, bestudeerd en in Europa verwerkt tot cocaïne. Hoewel cocaïne in de eerste plaats een westerse uitvinding en een westers probleem is, draagt Latijns-Amerika het stigma van de cocaïnehandel. Film wordt daarentegen altijd opgevoerd als een westerse uitvinding, een technologie die naar Amerika werd gebracht.
Ik wil die twee perspectieven nuanceren door ze met elkaar te vermengen. Wat als we ze als visuele techno-
logieën zouden benaderen? Film komt dan voort uit inheemse kijkrituelen, net als psychotrope planten zoals coca. Film benaderen volgens de principes van toe-
eigening en exploitatie strookt met de rol van film in de Europese kolonisatiepraktijk. Camera’s en films speelden een cruciale rol in het ontmenselijken van bezette volkeren en het opleggen van raciale hiërarchieën.
Ik vertrek dus vanuit deze twee technologieën (coca en film) om de extractivistische dynamieken die eigen zijn aan hun geschiedenis te begrijpen. Coca Orbits belicht deze geïntegreerde benadering met humor.
In je werk neem je de genres van documentaire en etnografie kritisch onder de loep. In deze performance manifesteert het domein van het vreemde zich als een ruimte om op een andere manier verhalen te vertellen. Hoe past jouw keuze voor (science)fiction binnen dit spectrum van kennisproductie, waarneming en storytelling?
Ik geloof niet in de objectiviteit van het documentaire genre. De waarheidsconstructie die het voorstelt, is geworteld in categorisaties die overgeërfd zijn uit het kolonialisme en erop gericht zijn niet-westerse kennis te vernietigen. Ik ben eerder geïnspireerd door denksters zoals Saidiya Hartman of Trinh T. Minh-ha, die met en tegen het idee van het document werken, respectievelijk via ‘kritische fabulatie’ en via ‘interval’. Mijn praktijk bevindt zich in een tussengebied, tussen essay en fictie, tussen veldwerk en speculatie. Daarom heeft sciencefiction mij altijd geïnspireerd. Want sciencefiction bekritiseert westerse kennisvormen door beschavingen die radicaal anders zijn en de gevolgen van de ontmoeting met die beschavingen in beeld te brengen. Soms kan sciencefiction, door middel van allegorieën, de genocide waarop ‘Amerika’ gebouwd is zelfs beter ‘documenteren’.
Volgens de inheemse leiders Cristobal Gomez (Murui-Muina/Bora) en Mayor Luis Yunda (Nasa) is coca een soevereine intelligentie die zich via ons uitdrukt. Hoe kan je die niet-menselijke intelligentie op het podium brengen? Ik ben met mijn eigen lichaam aan de slag gegaan en ben beginnen experimenteren met potentiële resonanties, waardoor verschillende mogelijke lichamen tevoorschijn kwamen – vaak onverwachte, getransformeerde lichamen: de alien, het hemellichaam, de drag king, de performer… ze spelen allemaal met de normatieve blik.
Het stuk is samengesteld als een collage van beelden die tot verschillende registers behoren: een op 16 mm gefilmd videorecept wordt gecombineerd met found footage-beelden gecreëerd door NASA. Hoe schakel je tussen die ruimtes, waar de kosmos zowel weerspiegeld wordt in onze thee als in luchtbeelden van een maanlandschap?
Dat samenraapsel is het effect van de plant en de voorouderlijke kennis erover. Mayor Luis Yunda, die als voice-
over te horen is bij de ruimtebeelden, omschrijft de plant als een technologie die ons in staat stelt door tijd en ruimte te reizen, op een schaal die vergelijkbaar is met die van de kwantumfysica, op macro- en micro-moleculair niveau. Het diasporacollectief Coca Worlds heeft het – terecht – over ‘cocawerelden’. Die beschrijvingen hebben mij ertoe aangezet om de plant voor te stellen als een sterrenstelsel, waarin een brede variëteit van gebruiken en kosmologieën, hemellichamen en bewoners samenleven. Misschien behoort de plant niet tot onze aarde, maar is het onze aarde die zich rondom de plant ontwikkelt. De thee in het stuk is een uitnodiging om je te laten bedwelmen door die gedeelde en zintuiglijke herinneringen.
De performance begint met een personage dat rondloopt in een donkere ruimte – een werf of een laboratorium – en thee serveert, en eindigt met een catharsisachtig karaoke-optreden en muziek op het podium. Met deze dramaturgische boog – van serveren tot culturele productie – toont Coca Orbits ook een verschuiving in het beeld van gastarbeid.
Dankzij de alien kan ik een pijnlijk cliché met humor benaderen en omdraaien: de migrant in dienst van… die onzichtbaar en letterlijk vervreemd moet zijn. In het stuk zie je hem verschillende omgevingen doorkruisen, gaande van het cinemascherm tot de Brusselse straten. Die tocht culmineert in muziek die zelf een complex en diasporisch verleden in zich draagt: cumbia en salsa zijn historisch gezien het resultaat van ontworteling, ontheemding en vermenging. Cumbia combineert inheemse en Afrikaanse ritmes, Spaanse teksten en overblijfselen van christelijke verhalen. Salsa daarentegen is ballingschapsmuziek die binnen de Cubaanse, Puerto Ricaanse en Dominicaanse diaspora in New York is ontstaan en een soort intergenerationele strijdkreet is geworden. Die muziek op een Europees podium brengen is enorm betekenisvol: het is een krachtige erfenis die in staat is onze gedeelde realiteiten te transformeren. Ik wilde met de alien, met de vervreemding starten, en eindigen met een creatieve omkering om die veelzeggende verschuiving in beeld te brengen.
Een creatieve omkering die je krachtig belichaamt met de drag performance. Vind je dat het personage van de drag king bijdraagt aan het ondermijnen van het eenduidige en lineaire narratief? Enigszins in het verlengde van de manier waarop je afstand neemt van het lineaire door verschillende registers en filmgenres te combineren?
Ja, ongetwijfeld. Het stuk bevat verschillende uitingen van dwang en autoriteit die worden omgebogen, soms belachelijk gemaakt. Het is semantische sabotage. Ik heb trouwens een best emotionele en organische band met drag. Door middel van drag kan ik mezelf uitingen van onderdrukking toe-eigenen, ze omkeren en er een bevrijdende parade van maken. Met humor over jezelf vertellen zet vervreemding om in uitbundige en trotse poëzie. Via drag ben ik eindelijk thuis, in mijn eigen lichaam, en voel ik dat ik anderen kan meenemen in mijn leefwereld. Het is filosofisch: je ensceneert je eigen anders-zijn om bloot te leggen wat (uiteraard heteronormatieve) acculturatie ons gedwongen heeft te onderdrukken. Alles wat anders of vreemd is, niet past of geheim moet blijven, wordt een eigenheid die het mogelijk maakt het podium te betreden. Drag is ook een vorm van archief, of van tegenarchief, die verhalen brengt vanuit het perspectief van mensen die in een ondergeschikte positie zijn geplaatst en de controle over hun verhaal terug in handen nemen.
- Interview door Sofia Dati, april 2026
- Vertaald door Stine Evenepoel
- Sofia Dati is curatrice bij WIELS (Brussel), waar ze heeft meegewerkt aan solo- en groepstentoonstellingen en aan een breed aanbod van discursieve programma’s. Ze was voorheen programmatrice beeldende en audiovisuele kunst bij Beursschouwburg (Brussel). Haar werk omvat tentoonstellingen, filmprogramma’s, gezamenlijke curatieprojecten en publicaties.
12.05
13.05
25.05
- 20:00
- Nieuwe voorstelling toegevoegd
- Uitverkocht — Schrijf je in voor de ticket alert
26.05
Presentatie: Kunstenfestivaldesarts, argos centre for audiovisual arts
Een livefilm van Laura Huertas Millán | Concept, productie, regie, performance: Laura Huertas Millán | Met: Mayor Luis Yunda, Julián Dupont, Laura Huertas Millán | Muzikanten: Danny Millan Collazos, Pavlo Cherniavskyi (Brussels Salsa Project) | Director of photography: Elsa Audevart | Lichttechniek en audiovisuele regie: Stijn Schiffeleers | Drag-advies: Ernesto Coyote
Coproductie: Kunstenfestivaldesarts, argos centre for audiovisual arts, transmediale
Met dank aan Cristobal Gomez Abel, Grégory Castéra, Daniel Blanga Gubbay, Juan Pablo García, No Más Metáforas, Universidad Autonóma Indígena Intercultural (UAIIN), Matilde Silva, Joachim Naudts, La Barakakings, Le Sourcil drag, Frederik Le Roy, Sofia Dati