In 1938, terwijl het fascisme in Europa steeds meer terrein wint, publiceert Jean-Paul Sartre Walging, een existentialistische roman waarin het hoofdpersonage ziet hoe de wereld haar vaste vorm verliest. Een bank, een boom, een tuin: alles wordt vloeibaar en versmelt tot een monsterlijke, ongrijpbare materie. Wat moeten we met een wereld die verdwijnt? Welke krachten spelen hier?

Een wereld in chaos, misschien gidst dit beeld het festival wel dit jaar. Maar in plaats van terug te plooien op verharding – van grenzen, identiteiten, disciplines en zekerheden – kiest het festival voor een andere weg: door modder, mist, dromen en onvast terrein. Niet als vlucht, maar als methode: om anders te kijken, voorbij de urgente nood aan verandering, en te onderzoeken hoe we kunnen standhouden.

Dit jaar dagen verschillende projecten onze manier van waarnemen en ervaren uit, waarbij de realiteit haar contouren verliest. Germaine Kruips nieuwe creatie is een meeslepende visuele en akoestische reis, een liefdesbrief aan het theater als plek waar de tijd plotseling verschuift en nieuwe perspectieven opent. In A Flower of Forgetfulness creëert Apichatpong Weerasethakul een dromerige ervaring, als een vormeloze wolk die boven het publiek zweeft. Ook dans zorgt voor visuele metamorfoses: Maria Hassabi betovert ons met de intensiteit van microbewegingen in haar langverwachte groepschoreografie, terwijl Marlene Monteiro Freitas ons met een spookachtige creatie onderdompelt in de transformerende energie van de nacht.

In een wereld die wankelt door een vernieuwde drang naar imperialisme zijn deze beelden niet louter poëtisch, maar kunnen ze ook politiek strategisch zijn: fictie als antwoord op repressieve krachten op verschillende plaatsen in de wereld. In de theatervoorstelling van Ali Asghar Dashti en Nasim Ahmadpour is een Iraanse acteur, in gevangenschap, juist door zijn afwezigheid nadrukkelijk aanwezig. In Centroamérica van Lagartijas Tiradas al Sol wordt fictie een middel om zich te vermommen en ook in werkelijkheid een grens over te steken. Met speculatieve fictie en live cinema vertelt Laura Huertas Millán hoe de cocaplant in Colombia gekneld zit tussen de geopolitieke ‘war on drugs’ en koloniale kennissystemen. Basel Abbas en Ruanne Abou-Rahme brengen gedichten en liederen van Palestijnse gevangenen samen: taal doorbreekt de gevangenismuren en nodigt uit om na te denken over hoe we de architectuur van bezetting kunnen ontmantelen.

Taal kan in het theater nieuwe werelden scheppen en, dankzij haar magische kneedbaarheid, met elke zin nieuwe realiteiten oproepen. Michael Disanka laat zich inspireren door de kasàlà, een gedicht uit de Kasai-cultuur (DRC) waarin men de tong 77 keer omdraait om de waarheid te kunnen spreken. Alberto Cortés, opnieuw te gast met zijn krachtige en verfijnde poëtische taal, brengt een tekst die hij met zijn hele lichaam laat resoneren. Filmmaakster Alice Diop opent het festival met een indringende monoloog, haar eerste theatrale performance. Via storytelling analyseert Salim Djaferi de politieke geschiedenis van architectuur en de krachten die bepalen hoe we in de wereld staan. Wat als we ogenschijnlijk solide structuren – gebouwen, identiteiten, monumenten – niet langer zien als vaste vormen, maar als krachten die lichamen, herinneringen en macht sturen?

Die vraag is ook te horen bij Davi Pontes en Wallace Ferreira. Zij komen voor het eerst naar Brussel met Repertório N.1, een dansperformance waarin hun lichamen bewegen tussen geheime codes en tijdelijke monumenten. In het werk van Thanapol Virulhakul transformeert macht – belichaamd door de Thaise koninklijke kroon – tot een choreografie waarin het object voortdurend van betekenis wisselt en zo zijn politieke lading verliest.

Verlangen loopt als een rode draad door het festival en drijft het onderzoek van kunstenaars. Hoe krijgt seksueel verlangen in onze samenleving vorm? Pornografie, intimiteit en representatie zijn thema’s die aan bod komen in het project van Janaina Leite, dat ongetwijfeld een stempel zal drukken op deze editie. In hun niet te missen film reflecteren Orian Barki en Meriem Bennani over familie en verwantschap buiten normatieve kaders. Familie – in haar vele vormen – staat centraal in de nieuwe voorstelling van MEXA over gedwongen samenwonen, in het real-life onderzoek van het Taiwanese trio in Family Triangle, en in de nieuwe creatie van Silke Huysmans en Hannes Dereere, die het verlangen naar een kind en onze relatie met de toekomst bevragen. Met het oog op die toekomst richt Jozef Wouters zich op de grond onder onze voeten en vraagt hij zich af welke werelden we willen nalaten.

De Free School nodigt uit tot gezamenlijke reflectie over kneedbaarheid en over hoe zachtheid – vaak verbonden met zorg en comfort – de arbeid, het geweld en de geschiedenis achter behaaglijke materialen verhult. Bart Seng Wen Long en Kaisa Saarinen benaderen rubber als een koloniaal handelsproduct, doordrenkt van fantasie en intimiteit. McKenzie Wark schreef de tekst On Being Plastic (te lezen in de festivalbrochure) en gaat in gesprek over klei, verlangen en de kneedbaarheid van taal. Faye Driscoll leidt een dansworkshop waarin zintuiglijke materialen centraal staan, en Ali Cherri creëert een praktijkgerichte school rond de politiek en mythologie die verstopt zitten in modder en klei.

Modder, een onstabiel mengsel van aarde en water, maakt ook deel uit van het choreografisch onderzoek van Leu Wijee en Mio Ishida. Zij werken met herinneringen aan grondverzakkingen in Indonesië en seismische breuken in Japan, en onderzoeken hoe land en lichamen elkaar vervormen. De relatie tussen land en geschiedenis is ook aanwezig in Cedric Mizero's UMUNYANA, een verbluffend landschap van beelden en choreografische bewegingen. Water, in zijn feitelijke vorm, staat centraal in de nieuwe creatie van Dana Michel, die plaatsvindt in een echt zwembad. In het project van Ewa Dziarnowska is water metaforisch: een blauw tapijt nodigt ons uit om te gaan liggen en te luisteren naar Dionne Warwick, die op repeat zingt over wat de wereld nu nodig heeft. Een vraag die stil door het hele festival zal weerklinken.

Deze editie antwoordt met een onbepaalde taal. Geen taal die autoritaire fantasieën over chaos en orde dient, maar die kijkt en luistert naar wat er vanbinnen leeft. Een taal opgebouwd uit modder, met een grammatica zonder vaste categorieën, waarin het alledaagse fragiel maar kostbaar is. Kleine gebaren, gedeelde stiltes en momenten van aandacht worden in de nieuwe choreografie van Bouchra Ouizguen daden van verzet: manieren om de meest ondoorgrondelijke aspecten van het leven te vrijwaren. Voor haar is het omarmen van het alledaagse een politieke en poëtische daad. Angélica Liddell maakt haar debuut op het festival en zoekt de emotionele grenzen van theater op met een ode aan het onproductieve, een weigering om het leven te reduceren tot louter productiviteit. Dit jaar experimenteert het festival ook met formats die klassieke vormen overstijgen: karaoke-avonden, late-night talks met Carolina Bianchi en hybride nightlife-events waarin performance, gesprek en ontmoeting in elkaar overvloeien.

Het festival gaat een nieuwe levensfase in. Het blijft kneedbaar en laat zich niet in één vorm vatten. Het blijft poreus, open voor wat gebeurt, voor wat komt, en voor wat nog geen naam heeft.

Daniel Blanga Gubbay & Dries Douibi

website by lvh