08 — 10.05, 12.05, 13.05

Davi Pontes, Wallace Ferreira Rio de Janeiro

Repertório N.1

dans

Théâtre Les Tanneurs

Toegankelijk voor rolstoelgebruikersZitplaatsen zonder rugleuning | ⧖ 45 min | €18 / €15 | Bevat naakt

Hoe wordt dans een vorm van zelfverdediging? Davi Pontes en Wallace Ferreira begonnen in 2018 met het ontwikkelen van hun Repertório‑cyclus, geïnspireerd door gebarencodes die circuleren binnen zwarte en queer gemeenschappen in Rio de Janeiro: subtiele tekens die herkenning en veilige communicatie in de publieke ruimte mogelijk maken.

Met ontwapenende eenvoud voeren Pontes en Ferreira – omringd door het publiek, naakt, zonder muziek – een choreografie uit die balanceert tussen synchroniciteit en stilstand. Het ritme van hun sneakers op de vloer is meer dan geluid: het wordt een gedeelde taal, een kracht die hen in de ruimte met elkaar verbindt, een anti‑militaire mars. Soms verstenen ze, alsof ze de queer en zwarte monumenten belichamen die nog steeds ontbreken in het straatbeeld.

Repertório N.1 was bedoeld als het eerste deel van de trilogie, maar in het politieke klimaat onder Bolsonaro werd het nooit opgevoerd. In de jaren daarna creëerden Pontes en Ferreira N.2 en N.3, en pas nu brengen ze dit langverwachte eerste deel. Repertório N.1 opent het festival en schept een experimentele ruimte waar het lichaam een toevluchtsoord wordt, waar verhalen, genot en kwetsbaarheid de theaterzaal worden binnengeloodst. Een choreografie die uitgroeit tot een daad van verzet.

"Een meeslepende performance, bezield met precisie, aanwezigheid en fysieke intensiteit ", Hannah Bothelton, 2025, The Spying the Stalls

read more

Sol Rei in gesprek met Davi Pontes

Dans en beweging als instrumenten van zelfverdediging voor het Zwarte, dissidente lichaam

Wat als dans verdrukking ongedaan kon maken? Kunstenaars Davi Pontes en Wallace Ferreira ontwikkelen samen choreografische methodes om te strijden tegen systemen die lichamen onderdrukken op basis van ras, seksualiteit en gender. Hun nieuwste werk, Repertório N.1, onderzoekt het wijdverbreide maatschappelijke geweld tegen Zwarte lichamen en verbeeldt een toekomst waarin het lichaam een toevluchtsoord tegen de mechanismen van wreedheid kan worden.

Pontes groeide op in São Gonçalo, een voorstad van Rio de Janeiro. De kerk was er niet alleen een spirituele plek, maar ook een knooppunt van politieke en sociale activiteit, waar levensmiddelen werden aangeboden en kunstenaars werden opgeleid. Het was daar dat hij voor het eerst in aanraking kwam met dans. Na verloop van tijd besefte Pontes dat hij zich meer verbonden voelde met de kerkgemeenschap dan met de religieuze praktijk en besloot hij een officiële opleiding te volgen aan een dansschool, waar hij ballet en hedendaagse dans studeerde. Geleidelijk distantieerde Pontes zich van wat de traditionele Braziliaanse kunstenaar ‘geacht’ wordt te creëren. Zijn werk vertrekt vanuit performance en film, met een sterke focus op performativiteit, en is geïnspireerd door de Braziliaanse filosofe en kunstenares Denise Ferreira da Silva, en wetenschapper André Lepecki.

De samenwerking tussen Davi Pontes en Wallace Ferreira startte in 2018. Als choreograaf, kunstenaar en onderzoeker verkent Pontes de wisselwerking tussen ras, zelfverdediging en choreografie. Ferreira is een multidisciplinaire kunstenaar wiens praktijk zich situeert tussen performance, voguing en beeldende kunst. Hun samenwerking vloeit voort uit gedeelde ervaringen en een gezamenlijke interesse in beweging als onderzoek. Samen hebben ze een reeks werken gecreëerd waarin ze de positie van het Zwarte lichaam in de wereld onderzoeken, waaronder Mata leão, morto vivo (2020), Delirar o racial (2021) en de trilogie Repertório (2018-2025).

Sol Rei – Repertório N.1 verkent het idee van zelfverdediging als choreografie. Hoe krijgt zelfverdediging vorm in choreografische termen?

Davi Pontes – Wanneer we het over zelfverdediging hebben, verwijzen we naar elke manier waarop dissidente lichamen strategieën ontwikkelen om zichzelf te verdedigen. Het is onmogelijk om over zelfverdediging te spreken zonder het ook over geweld te hebben, beide zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. We willen geen metafoor voor geweld bieden, het gaat er veeleer om de sporen en gebaren bloot te leggen die het mogelijk maken om over geweld te spreken.

Hoe krijgt zelfverdediging vorm in choreografische termen? Ik geloof dat dat zich manifesteert in de ruimte, in relatie tot het publiek, en in de keuzes die tijdens de voorstelling worden gemaakt. Volgens mij is de performanceruimte een sociale ruimte, waar spanningen worden vastgehouden en naar buiten komen naarmate het werk zich ontvouwt en er conflicten ontstaan.

Als we zelfverdediging op die manier benaderen, mogen we de ruimte niet als neutraal beschouwen en moeten we het geweld en de ongelijkheden die er spelen erkennen. Wij gebruiken humor, aanwezigheid, volharding en connectie om zelfverdediging te doorgronden.

Het werk dat jullie samen creëren vertrekt vanuit jullie gedeelde ervaringen. Het richt zich tot de Global majority * en is tegelijkertijd diep geworteld in de queer, Zwarte Braziliaanse cultuur. Hoe bewaken jullie het evenwicht tussen deze thema’s en jullie specifieke culturele context?

Ik weet niet of we erin slagen dit evenwicht te bewaren. Ik denk dat ons werk inderdaad voortkomt uit een zeer specifieke context, en dat het daardoor specifieke codes, beelden, machtsverhoudingen en geweld bevat. We willen niet per se onze achtergrond of onze ervaringen laten zien aan de wereld, noch een idee van een natie vertegenwoordigen, hoewel ik besef dat we dat onvermijdelijk toch doen. Ik wil vooral begrijpen wat die context met onze lichamen doet en activeert in onze performativiteit, in hoe we denken, bewegen en creëren. Dat is wat mij interesseert, en daar hebben we ons op gefocust.

Je zei dat dit stuk de ‘mechanismen van wreedheid’ wil verkennen en tegelijkertijd deconstrueren. Over welke mechanismen gaat het en hoe wordt choreografie een middel tot deconstructie?

Met mechanismen van wreedheid bedoel ik eigenlijk systemen van geweld. Ik gebruik het woord mechanisme bewust, omdat wreedheid bijna werkt als een machine die bepaalde groepen kwetsbaar maakt of blijft onderdrukken. Het gaat niet alleen om individuele daden, maar om structurele en systemische vormen van geweld en uitsluiting die raciale, koloniale en sociale ongelijkheid in stand houden. Deze mechanismen zijn ingebed in politieke, juridische, economische en culturele systemen die wreedheden tegen geracialiseerde lichamen en gemeenschappen legitimeren en reproduceren. Door Repertório heb ik geleerd dat het Zwarte lichaam zichzelf kan deconstrueren zonder koloniaal geweld te reproduceren en zonder zichzelf te vernietigen.

Wat heeft deze trilogie jullie geleerd over de relatie tussen kunst en sociale rechtvaardigheid, en tussen choreografie en politiek verzet?

Onlangs kreeg ik in een ander interview een vraag over kunst en rechtvaardigheid. Ik herinner me dat ik zei dat ik niet in rechtvaardigheid geloof, omdat het als principe faalt wanneer het om Zwarte lichamen gaat. Toen ik afgelopen week een boek las van Denise Ferreira da Silva moest ik aan die vraag denken. Denise merkt op dat onze ontsnappingsmechanismen en hoe we denken over rechtvaardigheid voorbestemd zijn om te mislukken: “Wat we nu verzet, ontsnapping of vrijheid noemen, wordt nog steeds gedacht vanuit het perspectief van verovering. We beschouwen bevrijding nog steeds als een beweging weg van overheersing, in plaats van als het deconstrueren van de omstandigheden die overheersing mogelijk maken.” (Denise Ferreira da Silva, A Dívida Impagável, 2019). Zelfs de manieren waarop we denken te kunnen ontsnappen aan onderwerping zitten gevangen in de moderne logica van overheersing, omdat ze volgens Denise nog steeds steunen op ideeën over het subject dat alleen bestaat in relatie tot verovering en weerstand ertegen (meester/slaaf, overheerser/onderworpene). De taal van verzet wordt zelf beheerst door deze moderne logica. Ik geloof dat hetzelfde geldt voor de relatie tussen choreografie en verzet, een woord dat we de afgelopen jaren vaak gebruikt hebben op festivals, in tentoonstellingen en in werken. Op de een of andere manier veronderstellen begrippen als verzet of opstand nog steeds iemand die domineert en iemand die gedomineerd wordt. Hierdoor blijven we gevangen zitten in dezelfde machtsstructuur die we juist willen bestrijden.

Wat is dan het alternatief? Wat kunnen we doen? Ik heb geprobeerd iets te creëren dat niet rechtstreeks verwijst naar deze moderne denkkaders. Ik probeer in mijn werk ruimte te maken voor andere vormen van waarneming, beweging en creatie, die niet steunen op de traditionele categorieën van subject, tegenstelling of verovering. Op die manier probeer ik nieuwe mogelijkheden te bedenken voor wat gedeeld of gemeenschappelijk gemaakt kan worden.

Repertório N.1 is het slotstuk van een trilogie. Hoe kwam deze trilogie tot stand, en hoe bouwt elk deel voort op het vorige?

Repertório N.1 was het begin en vormt nu het slot van de Repertório-trilogie. De eerste versie werd gecreëerd in 2018, maar was een kort leven beschoren. We beschikten toen, en ook na de pandemie, niet over de middelen om er op verder te werken. Na de lockdown werden we uitgenodigd om aan Repertório N.2 te werken, gevolgd door N.3, maar we bleven het gevoel hebben dat er iets niet af was. Door terug te keren naar Repertório N.1 volbrengen we dit project. Een project dat voor ons niet alleen een voorstelling is, maar een soort ethiek die we hanteren om over onze levens na te denken.

Het startpunt van het project was onze interesse om poses te verkennen als een vorm van zelfverdediging. Geleidelijk evolueerde dit naar de voetstappen en geluiden die het archief van het werk vormen. Tijdens het creatieproces beseften we dat onze relatie met het publiek cruciaal was. Met elke nieuwe opvoering werd het project scherper en indringender, kwamen we dichter bij het publiek, provoceerden we meer, en werden we veeleisender voor onszelf.

Nu er al twee Repertório’s bestaan, is het de uitdaging om herhaling te voorkomen en tegelijkertijd trouw te blijven aan bepaalde ethische principes die ons proces sturen. Soms betekent een werk voortzetten net terugkeren naar iets uit een vorig stuk, dat we dan verder uitdiepen of juist volledig achter ons laten. Elke Repertório leert ons iets nieuws, al is het maar een reminder dat sommige dingen bedoeld zijn om vergeten te worden.


*Term die verwijst naar de 85% van de wereldbevolking onzichtbaar gemaakt door de westerse witte dominantie.

 

  • Fragmenten uit een interview door Sol Rei, gepubliceerd op de website van THIIIRD magazine op 21 oktober 2025
  • Vertaald door Stephanie Lemmens

08.05

  • 21:00

09.05

  • 22:00

10.05

  • 19:00

12.05

  • 20:00
  • + aftertalk gemodereerd door Corinna Humuza (EN)

Presentatie: Kunstenfestivaldesarts, Théâtre Les Tanneurs
Concept en performance: Davi Pontes & Wallace Ferreira | Management en spreiding: Something Great
In opdracht van Serpentine and Dance Umbrella, Something Great, Wiener Festwochen - Freie Republik Wien, Arsenic, Kunstencentrum VIERNULVIER, Festival DDD - Teatro Municipal do Porto

website by lvh